Schaapjes uit het Mastbos krijgen een ontroerende tweede taak: hun wol helpt jonge bomen groeien
Elke week beschrijven boswachters uit Brabant in deze rubriek wat ze zoal tegenkomen.
Schaapjes uit het Mastbos krijgen een ontroerende tweede taak: hun wol helpt jonge bomen groeien Elke week beschrijven boswachters uit Brabant in deze rubriek wat ze zoal tegenkomen. „Schaapje, schaapje, heb je witte wol? Ja baas, ja baas, drie zakken vol...” Het bekende kinderliedje schoot onlangs door mijn hoofd. Maar ik moest de tekst voor de schapen in het Mastbos wel een beetje aanpassen: „Ja baas, ja baas, vijftig zakken vol.” Maar wat doe je tegenwoordig eigenlijk met al die wol nadat de schapen zijn geschoren? Wie regelmatig door het Mastbos wandelt, heeft de schapen vast weleens zien grazen op de heide rond de vennen. De heide is een bijzonder stukje natuur dat zonder beheer langzaam zou verdwijnen. Berken en dennen rukken op en uiteindelijk verandert de heide weer in bos. Door te grazen houden de schapen het terrein open, waardoor typische heideplanten en de dieren die daarvan afhankelijk zijn behouden blijven. Na de scheerbeurt blijft ieder jaar een flinke hoeveelheid wol over. Waar wol vroeger een kostbare grondstof was, levert Nederlandse schapenwol tegenwoordig nauwelijks nog iets op. Dat is jammer, want het blijft een prachtig natuurproduct. Daarom onderzoeken we of deze wol ook in het natuurbeheer een tweede leven kan krijgen. Op een andere plek in het Mastbos speelt namelijk een heel ander vraagstuk. Daar heeft de adelaarsvaren zich sterk uitgebreid. Hoewel deze varen inheems is, kan hij zo uitbundig groeien dat jonge bomen, struiken en kruiden nauwelijks nog een kans krijgen. Om de ontwikkeling van een gevarieerder en klimaatbestendig bos te stimuleren, hebben we binnen het LIFE Climate-project op verschillende plekken jonge bomen aangeplant. De adelaarsvaren is daar plaatselijk verwijderd en rasters beschermen de jonge aanplant tegen vraat door reeën. Binnen hetzelfde project onderzoeken we nu of de wol van onze eigen Mastbosschapen de terugkeer van de adelaarsvaren kan vertragen. Binnen de rasters ligt daarom op verschillende plekken een dikke laag schapenwol, in totaal zo’n vijftig big bags. Mogelijk remt deze natuurlijke bodembedekking de groei van de varen, waardoor jonge bomen meer ruimte krijgen. Of dat inderdaad zo werkt, zal de komende jaren moeten blijken. Dus mocht je tijdens een wandeling ineens plukken wol tussen de jonge bomen zien liggen, dan is dat geen verloren schaapsvacht. Dezelfde schapen die de heide open houden, helpen misschien ook mee aan de ontwikkeling van een gevarieerder bos. Zo dragen ze, op twee heel verschillende manieren, bij aan een afwisselend en toekomstbestendig Mastbos.
This is a summary. Read the full article at the original source.
Read full article at bndestem
