Van simulatie naar echte stappen: Capelse Carlijn is brein achter slim exoskelet
Capelle/Delft - De Capelse Carlijn Pelk was afgelopen studiejaar betrokken bij Project MARCH, waarbij studenten van de TU Delft werken aan een exoskelet voor mensen met een dwarslaesie. "De combinatie van jezelf ontwikkelen én iets betekenen voor anderen, dat sprak mij erg aan."
Van simulatie naar echte stappen: Capelse Carlijn is brein achter slim exoskelet NieuwsCapelle/Delft - De Capelse Carlijn Pelk was afgelopen studiejaar betrokken bij Project MARCH, waarbij studenten van de TU Delft werken aan een exoskelet voor mensen met een dwarslaesie. “De combinatie van jezelf ontwikkelen én iets betekenen voor anderen, dat sprak mij erg aan.” Vorig jaar rondde Carlijn haar bachelor klinische technologie af. Omdat ze die studie vlot had afgerond, wilde ze een tussenjaar, dat ze benutte voor voltijd werk aan het project. “In Delft heb je zoveel kansen om dingen naast je studie te doen”, vertelt de Capelse. “Ik wilde meer over mezelf ontdekken en zocht een uitdaging waar ik nog veel van kon leren.” Project MARCH wordt gevormd door vijf afdelingen met in totaal 26 studenten van elf verschillende studieachtergronden. “Deels sluit dit project aan bij mijn bachelorstudie”, legt Carlijn uit. “Het heeft beiden te maken met technologie en gezondheidszorg. Maar tijdens Project MARCH werkte ik veel meer aan de software; de technologische kant dus. De combinatie van jezelf ontwikkelen én iets betekenen voor anderen, dat sprak mij erg aan.” Voortborduren op eerdere jaren Dit jaar was het de elfde keer dat studenten van de TU Delft aan het project werkten. “Ieder jaar wordt een nieuw exoskelet gemaakt, maar als studenten borduren we wel voort op wat onze voorgangers eerder hebben ontdekt en geleerd. Ieder jaar is er meer innovatie. Daarnaast zijn er veel onderdelen die veel langer dan een jaar mee kunnen en daarom vanwege het duurzaamheidsaspect opnieuw gebruikt worden.” Binnen dat grote studententeam vervult Carlijn de rol van software engineer. “Eigenlijk houd ik mij bezig met het ‘brein’ van het exoskelet. De software bepaalt hoe en wanneer het exoskelet moet bewegen. De beslissingen daarover werken we uit in codes, waarmee de mechanische delen van het exoskelet aangestuurd worden. Daarbij maken we gebruik van een AI-model dat meteen reageert.” Werken met computer en skelet zelf Veel werk gebeurt op de computer, legt Carlijn uit. “Vooral aan het begin van het jaar was dat het geval. Toen deden we veel testen door middel van online simulaties. Nu, aan het einde van het jaar, ben je meer bezig met het exoskelet zelf. Maar uiteindelijk kijk je hoe het gaat en eindig je vaak achter de computer, vanwege de aanpassingen.” Op maat gemaakt voor de piloot “Ieder jaar is er een zogeheten piloot bij Project MARCH betrokken”, vertelt Carlijn. “Dit jaar is dat Daan, die zeven jaar geleden een dwarslaesie opliep. Het contact met hem is intensief; hij komt zeker drie keer per week langs. Dit exoskelet is op maat voor hem gemaakt. Hij ervaart het exoskelet het meest reëel en geeft feedback op de loopervaring. Dit jaar is er met het skelet vooral focus op looppatronen. Op basis van de ervaring van Daan passen wij de bewegingen van het exoskelet aan.” Over de betrouwbaarheid van het exoskelet zegt Carlijn: “Het is moeilijk te zeggen hoe betrouwbaar hij is. We zitten in de ontwikkelfase, dit is een prototype. Het exoskelet kan nog niet volledig zelfstandig lopen. Daan loopt er nog met een looprek mee.” ‘Veel geleerd’ Nu het jaar bijna afgerond is, kijkt Carlijn terug op een mooie ervaring. Waar ze het meest trots op is? “Voor mezelf dat ik zoveel heb geleerd. Ik ging er ‘blind’ in. Ik heb veel dingen geprobeerd en toegepast. Als je jouw code terugziet in wat het exoskelet uiteindelijk doet, dan maakt dat je wel trots. En in het algemeen ook op wat het team heeft neergezet. We waren met 26 erg gemotiveerde studenten en het is leuk daar deel van uit te maken.” Als laatste restte nog de eindpresentatie op 16 juli. Daarvoor zette het team nog de puntjes op de i, onder meer om het looppatroon beter te maken. Na de zomer begint Carlijn Pelk aan de masterstudie Bioinformatics & System Biology. “Wat ik vooral meeneem is het omgaan met tegenslagen. Als je een heel jaar met een project bezig bent, krijg je meer tegenslagen. Oppakken en doorgaan, dat heb ik vooral geleerd.”
This is a summary. Read the full article at the original source.
Read full article at hetkontakt
