Wel of geen recht op schuldhulpverlening? Door het hoger beroep komt deze vrouw van haar schulden af
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/22161815/230726ECO_2035335571_Illu_Lois-Konijn_Eco-en-Recht_web.jpg)
Een vrouw met financiële problemen kreeg terecht geen toegang tot een gemeentelijk schuldsaneringstraject, oordeelde een rechter in eerste instantie. Het hoger beroep veranderde de zaak drastisch.
De zaak Een vrouw met levenslang recht op een Wajong-uitkering vanwege psychische en lichamelijke klachten, kreeg financiële problemen en klopte aan bij de gemeentelijke schuldhulpverlening. Die bracht enige verlichting, maar ze hield een schuld over van 20.000 euro omdat niet alle schuldeisers met een schikking akkoord gingen. Op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) vroeg zij daarom de rechtbank om toelating tot het schuldsaneringstraject. Belangrijk daarvoor is je gedrag tijdens het ontstaan en het onbetaald laten van de schulden in de drie jaar voorafgaand aan de beoordeling. Als de rechter meent dat je altijd eerlijk bent geweest in het contact met schuldeisers, moet je een door de rechter vastgesteld bedrag afdragen aan de zogeheten boedel, waaruit schuldeisers betaald kunnen worden. Je moet sparen voor de schuldeisers, en bijvoorbeeld kostgeld vragen van inwonende meerderjarige kinderen. Ook heb je een arbeids- en sollicitatieplicht. Doe je achttien maanden wat je moet doen, dan vervallen de eventueel resterende schulden. De rechtbank Gelderland weigerde de vrouw met de Wajong-uitkering toe te laten tot dit traject, omdat ze een opleiding was gaan volgen. Van de uitkeringsinstantie mocht dit, omdat ze ontheven was van de plicht beschikbaar te zijn voor de arbeidsmarkt. Ze zou echter niet voldoen aan de eisen voor het schuldsaneringstraject omdat ze door de studie onvoldoende beschikbaar zou zijn voor betaalde arbeid. In hoger beroep stelde de vrouw onder meer dat het om een flexibele thuisopleiding ging en dat ze daarmee haar arbeidsperspectief verbeterde. Verder vroeg haar advocaat of het WSNP-traject een jaar vóór de uitspraak in hoger beroep zou kunnen beginnen, omdat ze toen al spaarde om schuldeisers af te betalen. De uitspraak: toegewezen Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is gevoelig voor de argumenten. Het hof acht het aannemelijk dat de vrouw haar verplichting na zal komen „en zich voldoende zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven”. Ondanks de thuisopleiding kan ze blijven zoeken naar een betaalde baan. Als de rechter haar later in het traject alsnog geen ontheffing van de sollicitatieplicht verleent, zal ze opnieuw een arbeidsgeschiktheidskeuring ondergaan, heeft ze beloofd. En omdat volgens het hof is aangetoond dat de vrouw al sinds 30 juni 2025 maximaal had gespaard voor haar schuldeisers, zette het hof het ‘alternatieve beginmoment precies een jaar vóór zijn huidige uitspraak. Het commentaar Eind dit jaar zal de vrouw van de resterende schuld worden verlost. Judith Kuijlaars (Bouwman Advocaten) stond de vrouw in het hoger beroep bij. Ze is gespecialiseerd in faillissementen en schuldsaneringen en treedt op voor zowel schuldenaren als schuldeisers. Ze benadrukt het belang van verkorting van de looptijd. Kuijlaars: „Gemeentelijke schuldhulpverleners vinken vaak in de standaardformulieren aan dat ze verzoeken om verkorting van de looptijd. Dat valt dan niet altijd op, daarom gebruik ik een eigen opmaak van die formulieren en wijd ik er een apart kopje aan.” In een andere zaak wist Kuijlaars een gerechtshof ervan te overtuigen om de Hoge Raad te vragen hoe het ‘alternatieve beginmoment’ waar in de WSNP sprake van is moet worden uitgelegd. De hoogste rechter besliste daarop dat ook eerdere betalingen in een faillissement kunnen gelden als betalingen aan schuldeisers, waardoor het WSNP-traject op zo’n moment al kan beginnen te lopen. Termijnen zijn sowieso belangrijk. „Schulden kunnen heel snel oplopen”, zegt Kuijlaars. „In hele korte tijd kan 40 euro uitgroeien tot 1.500 euro, als de vordering van de ene deurwaarder naar de volgende gaat.” De extra kosten die zij in rekening brengen, ook die van bewindvoerders, moeten allemaal worden betaald. Dat weet ook rechtssocioloog Nadja Jungmann, bijzonder hoogleraar en lector in de schuldenproblematiek. „Het grote probleem is dat van de 750.000 huishoudens met problematische schulden, er nog geen 100.000 een beroep doen op de gemeentelijke schuldsanering. Een derde krijgt vervolgens een minnelijke regeling. Als ze eenmaal in zo’n regeling zitten, wordt dat in negen van de tien gevallen een succes, terwijl in 2004 nog negen van de tien regelingen mislukten. Door die successen is er veel minder vaak een WSNP-traject nodig: het aantal WSNP-zaken daalde in twaalf jaar tijd van twaalfduizend naar drieduizend in 2024. Maar het probleem is dus vooral dat mensen met problematische schulden niet naar de schuldhulpverlening stappen.” De schuldenproblematiek neemt intussen toe. In 2021 werd nog 9 procent van de baby’s geboren in een gezin waarvan bekend is dat het problematische schulden heeft, twee jaar later was dat al 12 procent. Daarom proberen tegenwoordig veel gemeenten om huishoudens met problematische schulden in een vroeg stadium op het spoor te komen. Uit het onderzoek van Jungmann blijkt dat schulden allerlei oorzaken kunnen hebben. Ze kunnen ontstaan door een life-event, zoals ontslag, scheiding of ziekte, maar ook door persoonlijkheidskenmerken en het gebrek aan basisvaardigheden als lezen en schrijven. Het zijn zaken waaraan je maar weinig kunt veranderen. „In tijden van agressieve marketing voor kopen op afbetaling en online gokken, kun je overwegen mensen te beschermen tegen risicovol financieel gedrag. Denk aan een niet-vrijwillig beschermingsbewind, waardoor in ieder geval de kosten van je huur, energie, water en zorg worden betaald. Maar dat vergt een aanzienlijke verandering van de wet.”
This is a summary. Read the full article at the original source.
Read full article at nrc
